Gelijke onderwijskansen voor iedereen

De Unie van Democraten staat voor gelijke onderwijskansen en mogelijkheden voor de kinderen van alle Hagenaars. De tweedeling tussen arm en rijk moet in het onderwijs bestreden worden. De kinderen van de economisch lagere klasse, waaronder kinderen van autochtone Nederlandse arbeidersgezinnen en veel immigranten kinderen, dienen voldoende onderwijsmogelijkheden en ondersteuning te krijgen, zodat zij gelijke kansen zullen hebben om van kwalitatief goed onderwijs te genieten en goed voorbereid te worden voor de arbeidsmarkt en om als zelfstandige en verantwoordelijke burger te kunnen functioneren.

Alle kinderen moeten hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen. De overheid moet ervoor zorg dragen dat deze kinderen kosteloos extra kwalitatief goede huiswerkbegeleiding en taalondersteuning krijgen via de school waarop ze zitten. De scholen moeten hun accommodatie daarvoor beschikbaar stellen en de werkbegeleiding actief organiseren. Investeren in deze kinderen is investeren in de toekomst van onze stad. Het onderwijs en de scholen zijn de plek bij uitstek, waar de bindende elementen van verschillende culturen, religies en etniciteiten tot een cement gemalen moeten kunnen worden en de verschillen tot leefbare proporties teruggebracht kunnen worden. De school is de plek bij uitstek waar de harmonie van de samenleving tot bloei moet komen en waar de basis gelegd moet worden voor een solidaire en ongedeelde stad.

 

Kwaliteit van onderwijs

Alle scholen dienen te voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen zodat alle kinderen het onderwijs kunnen genieten waar ze recht op hebben, aan de leerkrachten moet voldoende bijscholingsmogelijkheden geboden worden om hun kennis en vaardigheden te ontwikkelen, teneinde een kwalitatief goed onderwijs te kunnen garanderen. De kwaliteit van het onderwijs valt voor een belangrijk deel samen met de kwaliteit van de leerkrachten. Er moet veel geïnvesteerd worden in de leerkrachten, zowel in de vorm van beloning als ook in de vorm van werkomstandigheden en werkmiddelen. Een goed gemotiveerde leerkracht met voldoende middelen en mogelijkheden kan wonderen verrichten. Maar dit kan de leerkracht niet alleen realiseren. Daarbij heeft de leerkracht een goede en vaak intensieve wisselwerking, samenwerking, communicatie en verstandhouding met de ouders nodig. Het contact met ouders mag zich niet beperken tot de periodieke rapportbesprekingen of probleembesprekingen. De leerkracht moet de ouders op voet van gelijkheid en gelijkwaardigheid regelmatig betrekken bij de schoolsituatie van hun kinderen. De leerkracht moet voldoende rekening houden met de visie en de standpunten van de ouders met betrekking tot de leersituatie van hun kinderen. De leerkracht is de onderwijzer van de kinderen, maar niet van de ouders.

Het kwalitatief goed en effectief contact met ouders vereist daarom soms veel tijd en energie. Het takenpakket en de werkbelasting van de leerkrachten moet dermate bewust en evenwichtig zijn opgebouwd, dat de leerkracht zijn/haar werk, zonder overbelast te raken kwalitatief goed kan uitvoeren. Alle leerkrachten dienen bijgeschoold te worden in “intercultureel onderwijs” methoden en hun functioneren dient hierop scherp beoordeeld te worden. Den Haag is een multiculturele stad en de scholen bieden een onderwijs dat recht doet aan het idee van een multiculturele stad. De Unie beschouwt dit gegeven als een belangrijke graadmeter van de democratie. De democratie moet verankerd worden in de multiculturele samenleving en de multiculturele samenleving moet verankerd worden in de democratie. Wij staan voor een multiculturele samenleving, waarbij Nederlandse normen en waarden van gelijke waarden zijn als de normen en waarden van verschillende immigranten groepen. Wij wijzen een superieurstelling van Nederlandse normen en waarden ten opzichte van de normen en waarden van migrantengroepen uitdrukkelijk af. De Universele verklaring voor de rechten van de mens is voor de Unie een belangrijk toetsingskader voor wat wel en niet getolereerd mag worden. In het licht hiervan moeten zowel autochtone Nederlandse kinderen als de kinderen van immigranten leren ieders taal, cultuur, etniciteit, gewoontes, normen en religie als gelijkwaardig te accepteren en te respecteren en uitdrukkelijk te leren: de dominantie van de één op de ander af te wijzen.

 

Voor- en naschoolse opvang

De scholen moeten hun accommodaties beschikbaar stellen voor voorschoolse en naschoolse opvang. De wachtlijsten voor plaatsing van kinderen in de voor- of naschoolse opvang dienen binnen de komende schoolperiode gefaseerd volledig weggewerkt te worden en dienen met voldoende opvangcapaciteiten te komen teneinde het ontstaan en bestaan van wachtlijsten tevoorkomen.

 

Geen assimilatie in het onderwijs onder het mom van “integratie”

Het onderwijs moet uitdrukkelijk niet erop gericht zijn om de kinderen van migranten te laten assimileren in de Nederlandse samenleving. Immigrantenkinderen moeten de mogelijkheid hebben om, naast het Nederlands, de eigen moedertaal te leren lezen en schrijven. Het onderwijs in de eigen moedertaal voor migrantenkinderen is net zo belangrijk als het Nederlands en dit dient als zodanig zichtbaar te zijn in het onderwijsprogramma van de basisscholen. Bij de eindbeoordeling tot en met groep 8 dient er meegewogen te worden in welke mate het kind de eigen moedertaal heeft leren lezen en schrijven. Er moet geëxperimenteerd worden met drietalig onderwijs. De moedertaal, het Nederlands en ter stimulering van internationale dimensie op scholen en aansluiting bij de ambitie van een internationale stad,de keuze voor het Engels. Als de kinderen groep 8 afronden moeten ze de drie talen op gelijk niveau beheersen. Het onderwijsprogramma van de basisscholen dient meer nadruk te leggen op het aanleren van drie talen en dient de kinderen kennis te laten maken met de dimensie van een internationale stad. Daarmee zullen de kinderen beter voorbereid zijn op hun toekomst in de wijde wereld. Het Nederlands is de onbetwiste gemeenschappelijke taal van de multiculturele samenleving. Het Engels is onontbeerlijk voor de internationale dimensie bij de ontwikkeling van het kind. Het moedertaalonderwijs is zonder meer vereist voor een evenwichtige en sterke individuele identiteitsontwikkeling van het kind. Hiermee worden de mogelijkheden en de toekomst perspectieven van de kinderen verder verruimd dan de grenzen van Nederland.

De Unie beschouwt het hebben van het recht en het bieden van de materiele faciliteiten daartoe door de overheid als een noodzakelijke voorwaarde van een democratie. Het opkomen voor de rechten en de mogelijkheden voor de ontwikkeling van de moedertaal voor migranten kinderen een democratische voorwaarde. Het niet bieden van de overheidsmiddelen aan migranten kinderen om de moedertaal te leren en te ontwikkelen beschouwt de Unie als een ondemocratische daad. Het stellen dat migranten (economisch zwakkere groepen) zelf verantwoordelijk zijn voor de eigen moedertaal ontwikkeling en het stellen dat de overheid daarin geen taak heeft is even ondemocratisch. Democraat zijn vereist, dat je opkomt voor het moedertaalonderwijs aan migrantenkinderen binnen het reguliere onderwijsprogramma van de scholen. Het ontnemen van moedertaalonderwijs aan migrantenkinderen, het superieur stellen van het Nederlands en Nederlandse normen en waarden en het afwijzen van de religies, normen en waarden van migranten duidt niet op integratie van culturen, maar duidt eerder op assimilatiebeleid. Assimilatiebeleid is kenmerkend voor ondemocratische totalitaire systemen die een mono dominante cultuur willen opleggen aan etnische, culturele, religieuze groepen. Een assimilatiebeleid is een instrument om minderheidsgroepen te onderdrukken en hun anderszijn te negeren en hun identiteit te vernietigen.

Nederland plaatst zich graag als een volwaardig lid van de beschaafde democratische wereld met voorbeeldige democratieën. Den Haag moet, als het aan de Unie ligt, recht doen aan deze democratische ambitie en uitdrukkelijk geen assimilatiebeleid voeren ten opzichte van migranten groepen.

 

Moedertaal van immigranten als keuzevak op het VO

Moedertaalonderwijs voor immigrantenkinderen dient als keuzevak aangeboden te worden op het voortgezet onderwijs.

Het voortgezet onderwijs moet voort kunnen bouwen op de moedertaalontwikkeling van het kind, waarvan de basis op de basisschool en thuis gelegd zal moeten zijn. Het spreken van de eigen moeder taal mag geen taboe worden, noch op school, noch op straat, noch op het werk.

We maken wel de afspraak met elkaar, om bij een samenkomen van mensen met verschillende taalachtergronden, zoveel mogelijk de taal te spreken, die op dat moment als gemeenschappelijke taal geldt. We moeten elkaar kunnen blijven verstaan. Als op dat moment het Nederlands de gemeenschappelijk verstaanbare taal is, dan wordt er Nederlands gesproken. Het kan echter net zo goed een andere taal zijn.

 

Systeemdiscriminatie bij de doorstroom naar het VO

In het onderwijs lijkt nog steeds de standenmaatschappijmentaliteit te heersen van “als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje”. Nederlandse arbeiderskinderen hebben van oudsher moeten opboksen tegen deze standenonderwijsmentaliteit en kwamen met een soort automatisme op lagere onderwijsvormen als de vroegere LTS en de huishoudschool.

De Nederlandse arbeiderskinderen werden met een soort automatisme geschikter bevonden voor handarbeid dan voor hoofdarbeid. De migranten kinderen kwamen vanaf het begin van de migratie naar Den Haag in dezelfde scholen terecht als de scholen van de Nederlandse arbeiderskinderen. Het lot van de Nederlandse arbeiderskinderen binnen het standenmaatschappijonderwijs trof en treft nog steeds de immigranten kinderen. Veel migranten kinderen komen met een soort automatisme in lager onderwijsvormen terecht zoals VMBO en stromen mondjesmaat naar HAVO/VWO. Veel migranten kinderen moeten vaak ten onrechte een veel langere onderwijs route volgen (VMBOà MBOà HBOà universiteit) om als hooggeschoold kader hun plek te kunnen nemen op de arbeidsmarkt. Gezien het aantal migrantenkinderen, die via deze lange route toch nog een HBO opleiding afronden, mag er aangenomen worden dat er iets in ernstige mate mis is met de doorstroom van de basisschool naar het VO van migrantenkinderen. De Unie stelt zich op het standpun, dat er sprake is van een systeemdiscriminatie bij de schooladviezen en de schoolkeuze na de basisschool. Migrantenkinderen worden op deze manier vanaf de basisschoolleeftijd gemarginaliseerd en het wordt hen op deze manier extra moeilijk gemaakt, om op latere leeftijd hoger op de ladder te klimmen. In deze cruciale fase van hun leven worden de migrantenkinderen in een marginaal levensperspectief gemanoeuvreerd. Diverse onderzoeken, waaronder in Amsterdam, hebben onmiskenbaar uitgewezen, dat er grove fouten worden gemaakt met de schooladviezen en de schoolkeuzes van migrantenkinderen.

De Unie gaat hier echt werk van maken. Er zal op dit punt een revolutie moeten komen.

Zowel Nederlandse arbeiderskinderen als ook migrantenkinderen moeten bevrijd worden van deze standenmaatschappijonderwijsmentaliteit.

De scholen, waar het merendeel van de schooladviezen uitkomen op lagere onderwijsvormen, worden onmiddellijk kritisch in onderzoek genomen, indien nodig worden reorganisaties doorgevoerd (management en personeelsverandering en andere maatregelen) en als deze scholen in een periode van twee jaar geen drastische veranderingen vertonen in hun prestaties worden de desbetreffende scholen overgedragen aan scholen, die wel de gewenste resultaten kunnen leveren. De Unie beschouwt het overmatige aantal schooladviezen en CITO score voor lagere onderwijsvormen (VO) als een slechte prestatie van de desbetreffende school en rekent de school hiervoor af. Een school dat er binnen twee jaar niet in slaagt een acceptabele groei van doorstroming te vertonen naar HAVO-VWO heeft wat de Unie betreft geen recht van bestaan en dient  overgenomen te worden door scholen, die er wel in slagen goede prestaties te leveren.

De Unie vindt dat er bij dergelijke operaties geen gedwongen ontslagen mogen vallen bij het onderwijspersoneel. Wel kunnen indien nodig bepaalde onderwijspersoneelsleden verplicht worden bijscholing te volgen en hun vaardigheden te verbeteren.

 

Er moet radicaal een eind komen aan de massale doorstroom van immigranten kinderen naar lagere onderwijsvormen zoals VMBO. De massaliteit, waarmee immigranten kinderen een schooladvies krijgen voor dit type scholen in plaats van schooladviezen om direct door te stromen naar HAVO/VWO scholen is verdacht groot. Het onderwijsveld in Den Haag dient zeer kritisch onder de loep genomen te worden en er dienen snel maatregelen te komen om deze gang van zaken te stoppen. De onderwijskansen en perspectieven dienen drastisch verbeterd te worden. De Unie accepteert geen excuses. Nederland is op weg naar een kenniseconomie en onze stad heeft de ambitie een belangrijke representant te zijn van deze kenniseconomie te worden. Ons onderwijs moet onze kinderen voorbereiden op deze kenniseconomie. Immigrantenkinderen en kinderen van Nederlandse arbeidersgezinnen moeten in het onderwijs uitdrukkelijk zoveel mogelijk op deze kenniseconomie voorbereid worden. De kwaliteit van de basisschool en het niveau van de schooladviezen en CITO score en de schoolkeuze na de basisschool dienen daarom goed aan te sluiten op de ambitie van voorbereiding op de kenniseconomie. De Unie denkt dat het kopklassen idee een oplossing kan bieden op korte termijn. Kinderen krijgen de mogelijkheid om groep 8 in de vorm van groep 9 over te doen en daarmee hebben ze een grotere kans om door te stromen naar hogere onderwijs-vormen zoals HAVO/VWO. De Unie vindt dat de Haagse scholen de uitdrukkelijke opdracht en eventuele financiële ondersteuning moeten krijgen om met ingang van het schooljaar 2009-2010, een werkelijke start te maken met de inrichting van kopklassen(groep 9).

Kinderen, die terecht advies krijgen, om naar lagere onderwijsvormen te gaan worden gerespecteerd en extra ondersteund om hun schoolloopbaan met succes te kunnen doorlopen. De Unie vindt het belangrijk om juist bij deze kinderen een individuele monitoring te doen om eventuele laatbloeiers te ontdekken en hen alsnog naar de juiste schoolroute te begeleiden. Het regiem van de VMBO/MBO scholen moet aantrekkelijk en vriendelijk zijn voor de leerlingen, waarbij elke leerling als volwaardig mens wordt geaccepteerd, gerespecteerd en als zodanig wordt behandeld. De drop-out vanuit de VMBO’ers en MBO’ers moet met o.a. goede individuele onderwijsbegeleiding voorkomen worden.

Scholen in het VO moeten een transparant inschrijfbeleid hebben. In gevallen dat de ouders het niet eens zijn met het schooladvies van de school, dienen de VO scholen een gemotiveerd en goed beargumenteerd standpunt van ouders zwaarder laten wegen dan het schooladvies. Indien nodig kan er door de VO school een extra onderzoek gedaan worden bij de desbetreffende leerling ten behoeve van de toelating.

 

Drop-out in een Bermudadriehoek

De aansluiting tussen de school en de leerling is niet altijd optimaal. Het komt te vaak voor dat kinderen zonder diploma de school verlaten. Er wordt niet altijd effectief en tijdig ingegrepen om drop-out te voorkomen. Signalen van specifieke leerproblemen, leerproblemen door woon- en leefomstandigheden moeten beter opgepikt worden. Eenmaal de school zonder diploma te hebben verlaten, komen kinderen tussen wal en schip terecht. Herstart maken op een nieuwe school is niet altijd mogelijk. Kinderen worden al te snel en te gemakkelijk ‘out of the system’ verklaard. De Unie wil hieraan een eind maken. Het beleid moet erop gericht zijn de kinderen te allen tijde binnenboord te houden en op het voorkomen dat ze buiten het schoolsysteem geplaatst worden. Dit betekent dat er meer individuele begeleidingsmogelijkheden en uren vrijgemaakt moeten worden binnen het onderwijs om de kinderen, die het nodig hebben, de vereiste begeleiding te kunnen geven. Er moet voorkomen worden dat de kinderen op een leerplichtige leeftijd in een Bermudadriehoek terecht komen tussen school, ouders en de maatschappij. De school die hen niet wil, ouders die hen niet begrijpen en een samenleving die hen als mislukkeling beschouwd. Deze omstandigheid vormt een voedingsbodem voor verdere marginalisering van de drop-out jongeren. Er moeten voor potentiële drop-out kinderen individuelebegeleidingsprogramma’s ontwikkeld en uitgevoerd worden. Er moet tijdig interventie gepleegd worden en het afglijden, moet hoe dan ook voorkomen worden. Drop-out wordt niet geaccepteerd en wordt preventief en effectief bestrijden.

 

Onderwijs blijft de kernfunctie van scholen en dus gecontroleerde brede buurtschool

De school is de plek bij uitstek waar uitsluitend onderwijs en onderwijsverwante activiteiten ontplooid en uitgevoerd moeten worden. De Unie vindt dat de onderwijskwaliteit en de resultaten van vele scholen in Den Haag nog veel te wensen overlaten en dat daarom de scholen al hun tijd en energie moeten gebruiken voor de verbetering van de onderwijskwaliteit. De aandacht, tijd en energie van het onderwijspersoneel mag niet verspild worden aan andere activiteiten dan het onderwijs zelf. Sport, cultuur en andere welzijnswerkachtige activiteiten horen bij het welzijnswerk thuis. Dit neemt niet weg dat de school wel samenwerkingsprojecten moet hebben en een goed netwerk moet opbouwen en beheren met de buurt en buurtorganisaties. De school mag geen geïsoleerd eiland worden in de buurt. De brede school gedachte mag niet verder gaan dan samenwerking met de verwante en relevante organisaties in de buurt. De Unie is echter bang dat de scholen onnodig veel tijd en energie gaan verspillen in een brede school idee, hetgeen het onderwijs van de kinderen niet ten goede zal komen. Daarom pleit de Unie voor een stedelijke coördinatie van de brede school in samenwerking met de schoolbesturen waarbij gericht de input en output van de scholen gecontroleerd en jaarlijks geëvalueerd zal worden en waarnodig sturing zal plaatsvinden.

 

Drank-, drugs- en scholen

Gebruik, misbruik en handel van drank- en drugs- op scholen en in de buurt van scholen wordt preventief en effectief aangepakt. De aanpak moet erop gericht zijn om de leerlingen te begeleiden, op te vangen en zonodig af te laten kicken. De aanpak moet er niet op gericht zijn om de leerlingen te straffen en in een drop-out situatie te manoeuvreren. De scholen moeten een intensieve samenwerking hebben met de politie om de handel in drugsmiddelen op en rondom de scholen strafrechterlijk aan te pakken en te bestrijden. De aanpak moet niet erop gericht zijn alleen de straatdealer aan te pakken, maar ook de grotere leverancier en de organisator aan te pakken. De Unie pleit voor een harde aanpak van drugshandel en handelaren in en rondom de scholen.

 

Stage en discriminatie

De gemeente wendt haar invloed op bedrijven in haar regio en spreekt hen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om voldoende stage plekken beschikbaar te stellen voor leerlingen en studenten. De gemeente Den Haag zal het goede voorbeeld moeten geven om geloofwaardig te kunnen overkomen bij private en semi-overheidsbedrijven op de markt.

Er hebben de Unie signalen bereikt dat bedrijven veelvuldig allochtone studenten en leerlingen discrimineren, als het gaat om toewijzing van stage plekken. Migranten kinderen hebben onevenredig meer moeite om een stage plek te vinden in vergelijking met hun Nederlandse studiegenoten. In het bijzonder Islamitische meisjes met hoofddoek of islamitische kleding worden vaak en resoluut geweigerd. De Unie ziet dit als een ernstige vorm van discriminatie en vindt dat bedrijven die zich schuldig maken aan discriminatie strafrechtelijk vervolgd kunnen worden en economisch geboycot kunnen worden, zolang deze niet aantoonbaar hun beleid hebben verbeterd. Voor de Unie is geen enkele motief voldoende om deze discriminatie te kunnen legitimeren.

 

Emancipatie onderwijs

De gelijkheid van mannen en vrouwen is nog lang geen vanzelfsprekendheid voor alle Hagenaars. Seksisme, vrouwendiscriminatie en onderdrukking is nog steeds aan de orde van de dag. Ondanks de feministische golf in de vorige eeuw en de vooruitgang van de vrouwenemancipatie in Nederland kan er nog lang niet aangenomen worden dat de vrouwen als gelijken en in gelijke mate en niveau, deelnemen aan de macht in Nederland. De mentaliteit waarbij de vrouw uitsluitend gezien wordt als lustobject waarbij de vrouwenhandel in Nederland in de afgelopen decennia niet minder geworden is. Het aantal Nederlandse vrouwen, dat een handelsobject is geworden binnen de seksindustrie, is niet gering. De blijf van me lijf huizen waren destijds voor Nederlandse vrouwen opgericht, die op de vlucht raakten voor hun Nederlandse mannen. Deze huizen zijn vandaag de dag nog steeds hard nodig voor de opvang van vrouwen. Veel te veel migranten vrouwen zoeken nog steeds hun vlucht naar dit soort instellingen. Kortom, er is nog veel te veel aan de hand met de positie en situatie van vrouwen om nu daarover te zwijgen. Nog steeds worden veel jonge meisjes en vrouwen door hun omgeving en ook door het systeem sneller geschikt bevonden voor beroepen die verwant zijn met de moederschaprol, zoals verzorgende beroepen, onderwijs, kinderopvang en andere ondersteunende beroepen zoals secretaresse etc.

De Unie wil dat het onderwijs vanaf de peuterspeelzaal emancipatorisch ingericht wordt en dat de kinderen de gelijkheid van mannen en vrouwen van kinds af aan in het onderwijs meekrijgen. Het onderwijslokaal met de leerkracht erbij vormt op de Haagse scholen een belangrijke plek om het emancipatorisch bewust zijn over te kunnen dragen aan de nieuwe generaties en om daarmee een sterke basis te leggen voor een geëmancipeerde samenleving. De leerkrachten op de Haagse scholen moeten getraind worden om dit emancipatorisch onderwijs didactisch en op een verantwoordelijke manier in de praktijk te kunnen brengen. Belangrijk is om dit te doen met respect voor alle religies en culturen en daarbij het besef te hebben van een multiculturele samenleving. De Nederlandse cultuur, normen en waarden vormen geen voorbeeld voor vrouwenemancipatie. Vrouwenemancipatie staat niet gelijk voor integratie in Nederland en andersom. De Unie vindt dat ervaringen met de emancipatiestrijd in Nederland en de vrouwenemancipatie ervaringen van migrantenroepen zelf en ervaringen uit de landen van herkomst van migranten als even belangrijk gezien dienen te worden.

De Unie vindt dat de vrouwenemancipatierevolutie via de geleidelijke weg moet plaatsvinden met in achtneming van respect voor de religies en culturen van alle Hagenaars. Elke groepering kent een eigen fase, proces, vorm en tempo van emancipatie wat gerespecteerd dient te worden. Dit respect dient tot uiting te komen in de aanpak op de Haagse scholen.

 

Individualisering versus solidariteit

Het onderwijs moet er primair op gericht zijn de individuele competenties, talenten en mogelijkheden van het kind centraal te stellen en te ontwikkelen. Het kind moet als individu voorbereidt worden op een zelfstandige en succesvolle levensloop. De individuele vrijheid, vrij leren denken, rechtvaardig, solidair en kritisch bewust zijn van het kind zijn belangrijke elementen voor de Unie.

Naast de stimulering van de individuele ontwikkeling van het kind wil de Unie de kinderen het belang van het gezin, het belang van familiestructuren en het belang van het behoud en ontwikkeling van deze sociale instituten en structuren systematisch bijbrengen. De individualisering mag er nooit op gericht zijn gezinnen en familiestructuren te ontwrichten, maar juist te versterken. Het idee van een zorgsamenleving, de solidariteit en het belang van het gezin moeten in het onderwijs, op de Haagse scholen, in het schoollokaal een vaste voet aan de grond krijgen. De individualisering in Nederland (na de oorlog) heeft vaak mede geleid tot het maatschappelijke verschijnsel van de eenzame burger. De Unie wil een multiculturele samenleving, waar mensen met elkaar solidair zijn in plaats van solitair.

 

Religie en onderwijs

De unie staat principieel voor scheiding van religie en overheidszaken. De Unie vindt echter dat dit principe niet als een verblindend doek mag fungeren en ons mag belemmeren dat we een inrichting van de samenleving realiseren waar,  alle culturen, religies; vreedzaam, respectvol en in broederschap met elkaar en naast elkaar zullen leven. Secularisme is ooit ontstaan als een beweging tegen religieusstaten. Op dit moment gaat het er om, hoe een juiste balans te realiseren valt binnen een multireligieuze samenleving en de vraag om de gewenste en ongewenste rol van de staat. De juiste balans moet gerelateerd zijn aan de actuele maatschappelijke ontwikkelingen en de atmosfeer rondom religieuze stromingen. Nederland kent religieus gezien een joods-christelijke geschiedenis en een recente geschiedenis met Islam, Hindoeïsme, Boeddhisme en diverse andere religies, die samenhangen met de migratiegeschiedenis van Nederland. De laatste decennia werd er vanuit diverse Nederlandse groeperingen regelmatig negatief gereageerd op de religieuze uitingen van diverse migranten groepen. Beginnend bij extreemrechtse groepen en later voortgezet door VVD, PVV en politici van andere politieke groepering en werd er systematisch non-stop tegen de Islam en Moslims geageerd. Het onderlinge onbegrip en vooroordelen tussen verschillende religieuze groepen zijn toegenomen. De Unie vindt daarom dat de overheid juist nu vanuit het onderwijs, vanuit de school in de ontwikkeling van multireligieuze kennis van de kinderen moet investeren. Multireligieuze kennis waarbij alle religies respectvol en gelijkwaardig worden gepositioneerd met de focus op de gelijkenissen dan de verschillen tussen de religies. Dit moet integraal in het reguliere onderwijsprogramma van de leerkrachten geïntegreerd worden en leerkrachten moeten, waar nodig, hiervoor extra geschoold en getraind worden. De Unie wil voorkomen dat de samenleving door religieuze tegenstellingen wordt ontwricht en wil bewerkstelligen, dat ondanks religieuze verschillen een harmonieuze Haagse samenleving opgebouwd wordt.

 

Leerschool voor democraten

De Haagse scholen moeten voor de leerlingen als een praktijkleerschool voor democratie fungeren en om de eerste vaardigheden van functioneren als democraat aan te leren. De directies van de scholen krijgen een expliciete taak om leerlingenparticipatie te organiseren ter bespreking van het beleid en activiteiten van de school met diverse geleidingen leerlingen. Daarbij worden leerlingen gestimuleerd en geleerd om kritiek te leveren en kritiek te ontvangen. Tevens worden de kinderen/leerlingen gestimuleerd en gesteund om binnen de school leerlingencommissies te vormen en te laten functioneren met democratische regels en normen, die meedenken en adviseren. De leerlingen worden begeleid in activiteiten, zoals enquêtes houden onder andere leerlingen en de resultaten van de enquêtes presenteren aan de hele school en/of ouders. De leerlingen worden door de scholen gewaardeerd en beloond voor hun actieve deelname aan deze activiteiten. De leerlingen kunnen ook een rol spelen in de voorlichting aan medeleerlingen over democratie. Een democratie waarbij de stem van de meerderheid geldt en tegelijkertijd de stem van de minderheid niet verwaarloosd wordt.

 

Milieu bewust onderwijs

De Haagse scholen moeten in het reguliere programma structureel milieu onderwijs opnemen en uitvoeren om de kinderen meer milieu bewust te maken. De kinderen leren milieu bewust te denken, te leven en omgeving milieubewust kritisch te beoordelen. De bescherming van de natuur, het ecologische systeem in de natuur. Bewustwording over de beschadiging, de opwarming van ons gezamenlijke huis, de aarde, en de mogelijke oorzaken en gevolgen van deze opwarming. Leren, wat we als individu in ons dagelijks leven daartegen kunnen doen. Maar ook leren onze leefomgeving, de straat, de buurt, de stad leefbaar en schoon te houden.

 

Veiligheid en onderwijs

De kwaliteit van de schoolgebouwen, ventilatie en luchtkwaliteit, brandveiligheid, voldoende veilige speelplaatsen, veilig verkeer rondom de scholen verdienen extra aandacht. Pesten, bedreiging, intimidatie en geweld op school worden effectief aangepakt en voorkomen. Discriminerende en seksistische grappen en opmerkingen van kinderen worden op een onderwijskundig verantwoorde manier opgepakt. Kinderen die deze grappen en opmerkingen maken worden pedagogisch begeleid om bewust te worden van wat ze doen en de slachtoffers worden pedagogisch begeleid om zich ervan bewust te worden en effectief ermee om te gaan.

 

Den Haag een bruisende studentenstad

De Unie wil van Den Haag een echte nationale en internationale studentenstad maken. Er moet een Haagse Universiteit komen op de disciplines rechten, bestuurskunde, economie, sociaalwetenschappen, geneeskunde, onderwijskunde en pedagogiek en alle andere mogelijke disciplines. Het uitgangspunt moet zijn, dat Den Haag enerzijds een aantrekkelijke stad wordt voor studenten van elders vandaan en anderzijds moeten de Haagse studenten hun universitaire studie in hun eigen stad kunnen doen zonder te hoeven reizen en/of te verhuizen naar een andere stad. Er moeten in Den Haag voldoende avontuur en kansen zijn voor studenten.

De Unie wil ervoor zorgen dat Den Haag voldoende en betaalbare (symbolische huurprijzen) studentenhuizen in voorraad heeft. De studenten huisvesting heeft bij de Unie hoge prioriteit. Dit betekent dat de Unie jaarlijks 1000 nieuwe studentenwoningen wil realiseren en tot 2014  in totaal 4000 studentenwoningen. Studentenorganisaties worden financieel en qua accommodatie ondersteund door de gemeente. De studenten worden gestimuleerd om mee te denken over de ontwikkelingen in onze stad en om de Hagenaars te ondersteunen bij inspraak activiteiten t.b.v. het beleid van de gemeente Den Haag op verschillende beleidsterreinen. Op deze manier kunnen studenten een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Haagse democratie. De studentenorganisaties kunnen een zeer belangrijke rol vervullen in de ontwikkeling van de democratie in onze stad en daarmee de participatie en betrokkenheid van de Haagse burger bij het gemeentelijk beleid te bevorderen.

In het kader hiervan worden studenten de mogelijkheid geboden om projectmatig gerichte activiteiten te ontplooien en extra te verdienen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen Nederlandse studenten en studenten uit het buitenland.

Het uitgangsleven wordt uitdagend en veilig gemaakt voor studenten. Studenten sociëteiten worden gestimuleerd en gesteund.

Racisme en discriminatie in het HBO, in het Universitair onderwijs en in het MBO en VMBO wordt nauwlettend gevolgd en bestreden. De studentenorganisaties worden gesubsidieerd om antidiscriminatie en anti racisme activiteiten te ontplooien en racisme en discriminatie binnen het onderwijs te signaleren. Een internationale stad van recht en vrede kan racisme en discriminatie in het hoger onderwijs niet accepteren en kan het ook niet bagatelliseren. Dat de Haagse Hogeschool in onze stad nog steeds vanuit een institutioneel belang handelt en zijn kop in het zand steekt als het om discriminatie gaat, vindt de Unie uit den boze. Het gemeentebestuur dient zulke onderwijsinstellingen indringend aan te spreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om tijdig en effectief op te treden tegen discriminatie en klagers over discriminatie te beschermen. Bestuurders van onderwijsinstellingen moeten getraind worden over hoe discriminatie effectief aangepakt kan en moet worden. De Unie vindt dat er geen plek mag zijn voor bestuurders die discriminatie in het onderwijs proberen te bagatelliseren en proberen het geaccepteerd te krijgen als een normaal maatschappelijk verschijnsel. Zulke bestuurders van onderwijs instellingen dienen onmiddellijk het veld te ruimen.

 

Goede aansluiting tussen onderwijs en werk

De nieuwe generatie Haagse jongeren moeten met het onderwijs, dat ze genieten, een goede aansluiting kunnen vinden met de vraag naar arbeid op de arbeidsmarkt. Beroepsopleidingen moeten, waar nodig, afgestemd worden op de behoeften van de bedrijven die duurzaam werk kunnen bieden. Een goede wisselwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven vindt de Unie onmisbaar belangrijk. Bedrijven, die duurzaam arbeid kunnen verschaffen, moeten de mogelijkheid krijgen om samen met het onderwijsveld één op hun bedrijf afgestemde opleiding te ontwikkelen en aan te bieden. Op die manier moeten bedrijven geholpen worden om makkelijker aan arbeidskrachten te komen, die aan kwalificaties beschikken conform de vereisten van het desbetreffende bedrijf. Dit moet een concreet aanbod zijn aan bedrijven elders in het kader van acquisitie van bedrijven naar Den Haag. Den Haag moet een interessant en aantrekkelijk centrum worden voor bedrijven van elders om de economie van onze stad te versterken en de werkgelegenheid in onze stad te vergroten. Ons onderwijs moet de basis vormen voor een sterke economie en voldoende werkgelegenheid in onze stad. Werkgelegenheid, niet alleen bij de overheid en aan de overheid verwante organisaties, maar ook en voornamelijk op de particuliere markt bij particuliere bedrijven. De particuliere ondernemers vormen de spil van onze economie en de werkgelegenheid. Dit moet in het onderwijs ook doorklinken.

 

Copyright © 2010 Unie van Democraten. Alle rechten voorbehouden.
Design & Hosting by OKDB